| Gedurende de 14de eeuw werd kempo (Chaun-Fa) geïntroduceerd in Okinawa. Deze stijl won vrij snel aan populariteit en werd onderwezen als zelfverdedigingskunst onder de naam van ‘tote’ (= Chinese hand). In Okinawa werd lang voor de introductie van ‘Kempo’ een eigen gevechtsport beoefend met de naam ‘te’. Er wordt aangenomen dat ‘te’ gecombineerd werd met ‘kempo’ door de inwoners van Okinawa en verder ontwikkeld werd tot de gevechtkunst karate. Wanneer Japan Okinawa binnenviel in 1609 werd het verbod wapens te dragen (voor de eerste maal uitgesproken door koning Sho Shin in 1477) bestendigd en aangevuld met het verbod gevechtskunsten te beoefenen. Als gevolg hiervan beoefenden de inwoners van Okinawa hun gevechtskunsten in het geheim. Gedurende de volgende drie eeuwen ontwikkelde de gevechtskunst haar eigen karakter en werd het ‘Okinawa-te’ genoemd, bestaande uit 3 hoofdstijlen, zijnde: | Shuri-teDeze stijl werd beïnvloed door de harde technieken van het Kempo en gekenmerkt door een aanvallende houding. De grondlegger was Anko Sensei. Uit deze stijl ontstond later het Shorin-Ryu door toedoen van Nagamine Shoshin Sensei in 1933. Naha-teBeïnvloed door de zachtere technieken van het kempo met inbegrip van de ademcontrole en het ‘chi’. Het werd gekenmerkt door een meer verdedigende houding met grijptechnieken, werptechnieken en blokkagetechnieken. Als grondlegger wordt grootmeester Kanryo Higaonna beschouwd. Het is uit deze stijl dat later het goju-ryu ontstond door toedoen van Miyagi Chojun Sensei, zoals hierna duidelijk zal blijken. Tomari-TeBeïnvloed door zowel de harde als zachtere technieken van het kempo en later samen met het Shuri-te opgenomen in de stijl van het Shorin-Ryu. |
|