Chojun Myagi, als opvolger van zijn leraar en erfgenaam van ‘naha-te’ dreef zichzelf tot aan de grenzen van volharding in zijn wens de buitengewone vaardigheden van zijn trainer te evenaren. Ten dien einde reisde hij in 1915 naar Foochow, China, de stad waar zijn meester gevechtskunsten had gestudeerd en dit om zijn onderzoek verder te zetten. Het was één van de drie reizen die hij naar China ondernam in dit kader gedurende zijn leven. Terug in Okinawa onderwees hij zijn kunsten in zijn thuisbasis in Naha. Het karate Goju-Ryu als stijl werd in feite opgericht in 1920. Later onderwees hij eveneens in het opleidingscentrum van de politieprefectuur in Okinawa, in het Meesters opleidingscollege en in de Handelshogeschool van Naha (waar zijn meester eveneens had onderwezen). Chojun Myagi werkte hard om karate te verspreiden doorheen Okinawa en het vaste land van Japan en trachtte voor Naha-te een gelijkaardige status te verwerven als de hooggewaardeerde Japanse gevechtskunsten Judo en Kendo. Om dit te bereiken reisde hij regelmatig naar het vasteland van Japan waar hij uitgenodigd werd om karate in de Kyoto Universiteit en in de Ritsumei Kan Universiteit te onderwijzen. In 1921 nam hij deel aan een grote demonstratie van gevechtsporten ter gelegenheid van het bezoek van de erfprins Hiro Hito. Hij voelde dat er interesse was voor zijn kunsten. Dit werd ook bevestigd door Meester Jigoro Kano, de grondlegger van het moderne Judo, die in hetzelfde jaar ook Gishin Funakoshi had uitgenodigd, de stichter van de Shotokanstijl. In 1928 reisde Chojun Miyagi naar Kyoto om de mogelijkheid te bestuderen om zijn ‘Karaté’ te verspreiden in het centrale gedeelte van Japan. Hiertoe deed hij talrijke demonstraties, die slechts met veel reserve ontvangen werden in het gesloten wereldje van de Japanse gevechtskunsten. In 1933 werd karate erkend door de Dai Nippon Butokukai, het centrum voor alle gevechtskunsten in Japan. Dit was een mijlpaal voor karate, aangezien dit betekende dat het werd erkend op hetzelfde niveau als de hooggewaardeerde gevechtskunsten van Japan. In 1935 bood Chojun Miyagi zich aan voor het officieel examen van Bushido Meester voor het genoemde Dai Nippon Butokukai. Het was de eerste maal dat een ‘karatemeester’ deze stap ondernam. Hij bekwam de titel van Kyoshi, zijnde de hoogste titel die ooit werd gegeven aan een karatemeester, die zich aanbood voor dergelijk examen. Meester Miyagi sprak gedurende uren over de Chinese herkomst van karaté, de banden met het boeddhisme, maar ook over de inworteling van zijn karaté in de cultuur van Okinawa. Hij vergeleek Goju-Ryu met een treurwilg: “Wanneer de wind met veel kracht raast, worden de takken in alle richtingen geblazen, zonder dat ze beschadigd worden en waarbij de stam diep ingeworteld, weerstaat. Chojun Miyagi wijdde zijn ganse leven aan karate. Hij heeft het Naha-te gestructureerd (later goju-ryu genoemd) in een gesystematiseerde discipline dat in het algemeen aan de maatschappij kon worden onderwezen. Zijn onderwijssysteem liet toe karate te onderwijzen in scholen ten voordele van de jeugd en een groot aantal personen te bereiken in de hele wereld. Zijn private onderwijs bleef echter zeer getrouw aan de principes van zijn leraar, Kanryo Higaonna en zijn leraar voor hem, Ryu Ryu Ko. Chojun Myagi overleed op 8 oktober 1953 aan een hartaanval of een hersenbloeding aan 65-jarige leeftijd. |